Speelgroen

Trampoline ingebouwd in het hoge gras

Kinderen de tuin in lokken, weg van hun tablet, niet altijd makkelijk maar ook niet onmogelijk. Het komt er vooral op aan om hen de mogelijkheid te geven om zelf creatief te zijn. Speelgroen is een eerste stap om gezellige verstopplekjes en een klauterparcours te maken. Maar waar ze echt uren mee aan de slag kunnen, zijn houten blokken, keien, takken en los zand.

Hun fantasie de vrije loop laten en een eigen droomwereld tot leven brengen kan perfect met natuurmateriaal. Een modderkeuken waar ze heksensoep brouwen met wat ze vinden in de tuin. Meer dan wat oude potten en pannen heb je er niet voor nodig.

Kijk eens rond in de tuin wat er nog ligt, eventueel wat oude stenen die je bewaarde van de verbouwing en die je al tien keer verlegd hebt? Ideaal om hen een kruidenspiraal te laten maken of een mini-moestuin. Hun digitale vriend kan tonen hoe het moet en daarna is het leuk om ze zelf te zien bouwen. Wie weet komen ze wel met een beter ontwerp op de proppen. Bovendien leren ze weer nieuwe geuren en smaken kennen eens de plantjes in de keuken gebruikt worden.

Hier in de tuin bouwden we een platform in de boom dat dienst doet als uitkijktoren. Er kunnen hangmatten en klimtouwen aan vastgemaakt worden zoals het hen uitkomt. Met doeken kunnen de zijkanten dichtgemaakt worden zodat de ruimte eronder dienst kan doen als tent. Mogelijkheden genoeg en interessanter dan een standaard klimtoestel.

In nieuwe speeltuinen zie je steeds meer alternatieve en leuke mogelijkheden die kinderen uitdagen om zelf na te denken. Speelgroen dat ze op veel verschillende manieren kunnen gebruiken zodat het park interessanter en ook mooier wordt om naar te kijken. Sommige ideetjes zijn perfect na te bootsen op kleinere schaal in je eigen tuin. Haal het kind in jezelf naar boven en bedenk wat jij zo leuk vond aan buiten spelen. Have fun!

 

De moestuin van Achiel & Martha

Achiel mijn tuinopa in zwart-wit

Als kind was ik heel vaak te vinden in de lochting van Achiel, mijn tuinopa. De liefde voor al wat groeit en bloeit is hier ontstaan. Uren bracht ik door aan de overkant van de straat, in een klein boerderijtje met een gigantische moestuin. In de keuken stond een pomp, een badkamer was er niet en de wc herkende je aan het hartje in de deur. Het leven leek simpel, zonder zorgen en er viel altijd wel iets te beleven.

Nu nog kan ik me de boontjes voor de geest halen die zo mooi omhoog groeiden langs de bonenstaken. Als ik op het juiste moment langskwam kon ik meehelpen met de oogst van de dag. Samen met Martha mocht ik dan de groenten door de bonensnijder halen zodat zij ze nadien kon verwerken en invriezen.

In mijn herinnering waren we ook altijd buiten. De erwten uit hun peulen wippen met je duim. Kersen plukken in de kleine boomgaard en de dubbele exemplaren aan mijn oren hangen.  Rabarber recht van het veld plukken en de zure stelen in de suiker doppen.

Ik kan het nog zo voor me zien. De jeneverbessen die prachtig rood kleurden in de serre. De rijen groenten met kleine paadjes ertussen. Vooral de smaken, geuren en kleuren blijven me bij en doen me verlangen naar een eigen moestuin en een minder jachtig leven.

Ik wou nu dat ik beter opgelet had, maar toen genoot ik vooral van het buitenleven en het gezelschap van Achiel die zijn pijp stopte. Vanuit zijn fauteuil in het tuinhuisje – op een strategische plek ver weg van het huis en van moeder de vrouw misschien ook – kon hij de hele groentetuin overzien.

Mijn eigen grootouders woonden in West-Vlaanderen dus een tuinopa en oma dichtbij was een zegen, voor mijn ouders waarschijnlijk ook. Naast oogsten in de moestuin waren er ook kleine dieren die ik mee mocht helpen verzorgen. Ik zag geregeld de konijnenvellen hangen en moet dus geweten hebben dat de konijnen uiteindelijk allemaal in de pot eindigden maar toch was het telkens weer uitkijken naar een nieuw nest kleine donzige bolletjes. Ik kreeg af en toe een konijnenstaartje van Achiel en herinner me dat ik dit heel dubbel vond, wel mooi en zacht maar ook griezelig door het beentje binnenin.

In het voorjaar arriveerden altijd 50 gele kuikentjes die onder de rode lampen samentroepten. Week na week groeiden ze stevig door tot de hele boomgaard gevuld werd met dikke witte vogels. Ik herinner me niks van het slachten dus ik vermoed dat ze me toch een beetje beschermden tegen de harde werkelijkheid.

In diezelfde boomgaard liep ook een schildpad die ik af en toe een blaadje sla uit de moestuin gaf. Het happende mondje vond ik wel grappig om te zien. Ook fascinerend hoe het beestje zich elk najaar ingroef om aan zijn winterslaap te beginnen. Helaas is het mooie dier door mijn schuld aan zijn einde gekomen. Achiel en Martha lieten me altijd mijn eigen gang gaan in de tuin en op een dag had ik er niet beter op gevonden dan het schild van de schildpad eens grondig schoon te maken … met dreft. Ik heb nooit durven zeggen dat het mijn schuld was dat het beest niet meer uit zijn schulp kwam.

Elk kind zou zo’n tuin vol leven in de buurt moeten hebben, waar ze de cyclus van het leven volop kunnen beleven. Met of zonder schuldgevoelens als er een keer iets mis gaat. Ik ben mijn tuingrootouders enorm dankbaar voor de mooie momenten in het groen. De herinneringen zijn vast en zeker gekleurd door de tijd, maar ik voelde me geliefd en bijzonder dus ik koester ze en denk er vaak aan terug als ik pauzeer in de serre, achterin de tuin.